1000 slimme huishoudens

  • looptijd: 2011 - 2014
  • locatie: Groningen, Groningen
  • functie: Energiebewustzijn verhogen

1000  huishoudens voorzien van slimme tools om hun energieverbruik te reduceren. Dat was het doel achter dit fantastische consortium waarin onder andere alle woningbouwverenigingen participeerden.

Waarom 1000?

Gegeven de geplande grootschalige plaatsing van de slimme meter in de meeste huishoudens is het nuttig om juist rondom de slimme meter na te gaan hoe de consument kan worden geholpen om zo veel mogelijk energie te besparen. Daarom wilde de gemeente Groningen deze slimme meter in een project toegankelijk maken voor alle huurwoningen van woningbouwverenigingen.

Dus: hoe maakt de slimme meter huishoudens slimmer?

Doel 1000 slimme huishoudens

Actuele (‘real-time’) en frequente informatie over het eigen energieverbruik, gekoppeld aan op maat gesneden advies, zal leiden tot ander gebruiksgedrag en daardoor lager energieverbruik.

‘1000 slimme huishoudens’ is een project dat door de gemeente Groningen is geïnitieerd en gesubsidieerd op grond van haar programma ‘Groningen geeft energie‘.

Drie bedrijven ontwikkelden een product dat gekoppeld kon worden aan de P1 poort van de slimme meter.

Vereist was dat het product eindgebruikers inzicht zou verschaffen in hun energieverbruik en bovendien motiverende elementen bevatte die ertoe moesten leiden dat eindgebruikers bewuster met energie om zouden gaan en hun energieverbruik zouden verminderen.

Zie voor meer informatie Resultaten en Geleerde Lessen

Samenwerkende partners in dit project zijn: Gemeente Groningen, HanzeHogeschool, Lefier, Nijestee, Steelanden Wonen, Enexis BV, De Huismeesters, Christelijke Woningstichting Patrimonium, Target Holding – Rijksuniversiteit GroningeniNRG Energizing People, Metsens, Energq BV, Get There

 

  • Eindrapport inzake de analyse van de energiedata en de patroonherkenning en clustering (11/12/2014, dr. Ioannis Giotis, Sybren Jansen, Rolf Fokkens, onderzoekers Target Holding)

Partners: 

1000 slimme huishoudens
  • Met een inlogcode kunnen de huishoudens  hun energieverbruikgegevens inzien en er hun voordeel mee doen via een Energie Monitoring Systeem (EMS)
  • In de testfase (Fase 1 en 2 2012-2014) is via een voormeting, een applicatie aan de slimme energiemeter toegevoegd die leidde tot energiebesparing via aangepast gedrag.
    • De voormeting betrof 2 tussentijdse metingen en een eindmeting die onderzocht in hoeverre 3 EMS-bedrijven, (in dialoog met 37 huurders)
  • De conclusie is, dat de applicaties van EnerGQ en iNRG/Get There weliswaar een voldoende scoren en bij velen energiebewustzijn hebben vergroot, maar dat ze niet hebben geleid tot regie van huishoudens over hun energieverbruik en energiebesparing.
  • Er zijn indicaties, dat huishoudens met EMS inderdaad meer energie hebben bespaard dan die zonder EMS. De resultaten van het onderzoek in dit project lijken op onderdelen wellicht wat tegengevallen, maar zijn per saldo hoopvol.
  • EMS-systemen kunnen het energiebewustzijn vergroten en kunnen leiden tot energiebesparing. Echter, er zijn wat betreft de in dit onderzoek geteste systemen nog duidelijke verbeterpunten te benoemen alvorens iedereen aangeraden kan worden om een EMS aan te schaffen.
    • Zo zou EnerGQ vooral kunnen werken aan het geven van tips die aansluiten bij de situatie van de eindgebruiker. Hier zal dus gewerkt kunnen worden aan het geven van ‘maatwerk feedback’, zodat eindgebruikers tips aangereikt krijgen en op basis daarvan keuzes kunnen maken om energie te besparen.
    • iNRG en GetThere zouden vooral kunnen werken aan het verbeteren van de betrouwbaarheid en de vergelijkbaarheid van de vergelijkingsdata.

 

Het project 1000 slimme huishoudens is in juni 2015 door de stuurgroep voor wat betreft de testfasen 1 en 2 als afgesloten verklaard. Alle partijen hebben veel geleerd en daar kan een eventuele vervolgfase 3 nuttig gebruik van maken.

De procesmatige resultaten van dit project waren leerzaam.

  • er gingen al dingen mis bij het werven van de geschikte huishoudens
  • en vervolgens bij het installeren van de slimme meters met name in oude huizen (maar ook nieuwbouwwijken)
    • de gasmeter moet bijvoorbeeld verbonden worden met de e-meter. De gasmeter kan 2 etages lager hangen of bij de buren en dan blijkt dat er geen een koppeling gemaakt kan worden
    • men weet soms niet waar de hoofdzekering zit, terwijl er geen spanning op mag staan tijdens installatie
    • of de zekeringen zijn niet gelabeled waardoor de installateur het niet aandurft (risico is dat er een woonblok, van energie geblokkeerd wordt)
  • en bij het installeren van de gateways communicatie tussen router en gateway: bestaande stroomdraden zijn soms niet geschikt om de router met de gateway te verbinden
  • bij een grootschalige uitrol van slimme meters en gateways zijn er dus nogal wat valkuilen. Die zijn weliswaar vaak (niet altijd dus!) oplosbaar, maar zullen inbreuk plegen op de planning van betrokken partijen en bovendien een beroep doen op expertise en ervaring van installateurs en EMS-bedrijven.
  • de uniforme ‘killer app‘ lijkt dus niet te bestaan. Geen enkel EMS zal in staat zijn elk individueel huishouden te verleiden tot energiebesparing. De motivatie van de gebruiker moet namelijk voor een belangrijk deel intrinsiek zijn.
  • Maar dan nog is het uitkijken geblazen.
    • Gebruikers haken snel af, als data in hun ogen onbetrouwbaar lijkt
    • Of een app gebruiksonvriendelijk is
    • En het is duidelijk, dat een laagdrempelige applicatie –zoals een mobiele app- een hogere attentiewaarde heeft
    • Frequente interactie tussen gebruiker en EMS-bedrijf kan veel onheil voorkómen.

Vervolgonderzoek (fase 3)

  • De ervaringen met Fase 1 en 2 geven echter alle aanleiding tot vervolgonderzoek, zoals in feite ook al voorzien werd met Fase 3.
    • In hoeverre is het EMS van iNRG/Get There geschikt voor buurten of dorpen die samen een energiebesparingsproject willen starten?
    • En in hoeverre is de applicatie van EnerGQ geschikt voor deelnemers met een meer individualistische doelstelling?
  • Meerwaarde voor vervolgonderzoek is het inzetten op een grotere steekproefomvang.
    • Pas dan kunnen de systemen goed en uitvoerig getest worden en is het eveneens mogelijk om de effecten van demografische factoren en psychosociale factoren mee te nemen in het onderzoek.
    • Is het ene systeem bijvoorbeeld geschikter voor oudere, of juist jongere mensen?
    • Het is ook de vraag of de resultaten van het huidige onderzoek te generaliseren zijn naar andere groepen dan huurders van woningcorporaties. Ook dit kan, via een grotere steekproef, nader worden onderzocht.
  • Een interessante vraag voor vervolgonderzoek is ook hoe vaak en hoe lang mensen een EMS moeten gebruiken om effectief energie te besparen en of het wellicht zo is dat bij transities binnen het huishouden (gezinsuitbreiding, nieuwe/andere apparaten) het EMS opnieuw beoordeeld moet worden.
  • Tenslotte biedt een grotere steekproef ook soelaas voor wetenschappelijk betrouwbaardere patroonherkenning en clustering van huishoudens.
  • Voor een vervolgproject is het ook belangrijk om de uitgangsposities van de huizen en de meterkast van tevoren in kaart te hebben gebracht, zodat de eerste fase van het traject beter verloopt.

Tips

  1. Maak bij het werven van huishoudens zoveel mogelijk gebruik van de bottom-up aanpak.
  2. Laat huidige deelnemers als ambassadeur optreden
  3. Laat deelnemers onderling vrienden en familie aandragen.De grootste motivatie om de app te gebruiken is voor velen het besparen van geld.
  4. Maak het gebruik van de app dus gratis, of overtuig huishoudens van het netto voordeel van een betaalde app door een ‘gegarandeerde’ energiebesparing.
  5. Voor een vervolgfase kan het beste worden aangehaakt bij bestaande initiatieven zoals die van Energy Sense, Enexis en de gemeente Groningen, omdat hiermee synergie kan worden geboekt.

Fase 1

In de eerste fase van dit project (periode juni 2012 – november 2012) zijn diverse regionale bedrijven op het gebied van energiemanagementsystemen en appbouw uitgenodigd met voorstellen te komen aan de hand van de vraag:

“Ontwerp een (interactieve) toepassing op basis van gegevens uit de P1-poort, waarvan u denkt dat daarmee zoveel mogelijk huishoudens zoveel mogelijk energie kunnen besparen”.

Schriftelijk en mondeling zijn er voorstellen ingediend en toegelicht. Uiteindelijk heeft de stuurgroep ‘1000 slimme huishoudens’ drie bedrijven geselecteerd om deel te nemen aan het project.

  • Vervolgens hebben de volgende bedrijven een ‘EMS’ oftewel Energie Management Systeem (door)ontwikkeld: iNRG/Get There met de applicatie ‘Sliminenergie.nl’, EnerGQ met de applicatie ‘iCare’ en Metsens met de ‘Mysense’. Deze applicaties zijn getest en beoordeeld door de huishoudens.
  • Daarnaast heeft een stagiair aan de hand van diverse criteria de applicaties geanalyseerd.
  • In alle drie de gevallen betrof het een webbased applicatie; gebruikers moesten dus steeds inloggen via PC of tablet om toegang te krijgen tot hun persoonlijke portal. De communicatie met de slimme energiemeter (geplaatst door een installateur in opdracht van Enexis) verliep via een gateway, die door het bedrijf geïnstalleerd werd in de meterkast en die vervolgens gekoppeld werd aan de router van het huishouden. Die koppeling was afhankelijk van de situatie in de woning bedraad (utp-kabel) of draadloos (met een powerline adapter of wifi range extender).

Fase 2

In de tweede fase (periode december 2012 – september 2014) werden 40 huishoudens geworven door de deelnemende woningcorporaties en het projectmanagement. Daarvan vielen er helaas alsnog 3 af wegens technische aansluitproblemen (de hoofdzekering bleek uiteindelijk onvindbaar of niet identificeerbaar).

  • Per saldo is uiteindelijk onder 37 huishoudens de test- en ontwikkelfase gehouden.
  • Daarbij kregen 28 huishoudens een slimme meter, een gateway en een EMS (de ‘experimentele groep’)
  • 9 huishoudens beschikten alleen over een slimme meter en een gateway (de ‘controlegroep’).

Energiedata

Primair aandachtsgebied voor data-analysebedrijf Target Holding waren de energiedata. Allereerst heeft Target een notitie ‘Interface beschrijving voor dataopslag Target systemen’ opgesteld in overleg met de mkb-ers. Hierin wordt beschreven volgens welk protocol de energiedata vanuit de serversystemen van de mkb-ers worden doorgeleid aan de Target-systemen.

Met grote regelmaat zijn requests uitgegaan van Target naar de 3 mkb-servers om elektriciteits- en gasdata van de huishoudens te importeren, tot op de seconde gedetailleerd. Data zijn daarbij beveiligd en versleuteld. Bij het doorzenden en bij het interpreteren van data liepen dingen soms anders dan wenselijk. Hiervan is veel geleerd.

Gemeente Groningen

  Jeroen Westendorp   www.gemeente.groningen.nl    jeroen.westendorp@groningen.nl    050 367 7000