h-Vision waterstof

h-Vision Rotterdam

h-Vision waterstofh-Vision (voorheen Decagas) van TNO betreft een grondige verkenning van grootschalige decarbonisatie van aardgas op de Maasvlakte met afvoer van CO2 via bestaande pijpleidingen voor opslag in de gasvelden P18 en Q1.6

Het idee is vergelijkbaar met de plannen voor de Magnumcentrale en heeft ook overeenkomsten met het hiernavolgende concept van Berenschot (waarvoor TNO de technische onderbouwing leverde).

Waterstof voor de Chemie

Het idee van h-Vision is om in eerste instantie de waterstof te gebruiken voor gebruik in de (petro)chemie als grondstof en als brandstof voor ondervuring, en daarnaast voor elektriciteitsproductie in plaats van kolen.

  • In de kolencentrales zou dan een gasturbine voorgeschakeld moeten worden.
    De efficiency van aardgas naar elektriciteit zou 45% zijn.
  • Ook is een bestaande gascentrale in beeld.
    Er wordt gesproken over 2.500 MW elektriciteit, waarvoor ca. 5,5 GW aan aardgasreformers nodig is, nieuw te bouwen op de Maasvlakte.
    Hiervoor zijn 3 van de allergrootste SMR- of ATR-installaties nodig die beschikbaar zijn.
  • Ook de bestaande waterstoffabrieken kunnen in hVision worden opgenomen.

h-Vision

Het hele concept kan worden uitgevoerd met standaard beschikbare technologie en benutting van bestaande assets, en kan in 2022 – 2025 gereed zijn.

Voor Mobiliteit

Parallel hieraan kan de waterstof ook worden geleverd aan raffinaderijen en chemische industrie, en aan mobiliteit. Verwezenlijking van h-Vision zou 4 miljard m3 /jaar aardgas vergen en 12 Mton/jr CO2-reductie kunnen opleveren (de CO2-doelstelling voor Rotterdam is 14 Mton/jaar reductie in 2030 t.o.v. 2005).

Daarvan zou 8 Mton/jr CO2 onder de grond gaan, hetgeen op deze schaal de kosten zou beperken tot €15/ton (plus afvangkosten). Het concept vergroot de beschikbaarheid van koolstofvrije elektriciteit voor industrie zolang offshore wind nog onvoldoende kan leveren.

Doelen 2030, 2050

De verwachte capaciteit offshore wind is 10,5 GW in 2030, achterblijvend bij het beoogde groeipad naar 35 GW in 2050. De extra 2.500 MW elektrisch vermogen door h-Vision verbetert de vestigingsvoorwaarden voor industrie, zowel huidige als nieuw aan te trekken industrie met uiteenlopende power-to-products processen.

  • h-Vision stelt dat vervanging door grootschalige elektrolyse pas na 2040 mogelijk is als zowel offshore capaciteit als elektrolysetechniek volwassen zijn geworden.
  • Er is een businessmodel uitgedacht en het plan is gevalideerd door het Wuppertal Instituut dat eerder een studie voor Havenbedrijf Rotterdam heeft gedaan met transitiepaden voor een klimaatneutraal havengebied. In elk van deze transitiepaden speelt hernieuwbare elektriciteit en waterstof een hoofdrol.
  • TNO heeft de uitwerking van de concepten, de positionering en de evaluatie door het Wuppertal Institut gefinancierd met eigen middelen en een subsidie van Deltalinqs, de vereniging van Rotterdamse havenbedrijven. Verscheidene bedrijven hebben meegekeken.

Haalbaarheidsstudie

TNO wil een Rotterdams industrieel consortium vormen met deelname van het Havenbedrijf waarin zaken verder moeten worden uitgewerkt in een haalbaarheidsstudie. Op het ogenblik ligt er een verzoek bij 16 partijen om deel te nemen aan dit platform, waaronder energieproducenten (TAQA, Uniper, Engie, Eneco, Shell, Statoil), waterstofproducenten (Air Liquide, Air Products, Linde Gas), Gasunie, Havenbedrijf, gemeente, Deltalinqs en ministerie van EZK.

TNO wil de leiding dan overdragen aan dit consortium en betrokken blijven voor onderzoek van bijv. offshore geologie, modellering en technologieselectie. Naast levering in Rotterdam is ook levering van waterstof per pijpleiding aan Chemelot een mogelijkheid. Hier verbruiken OCI, Sabic, en WKC Swentibold samen 2-3 miljard m3 aardgas. De ammoniakindustrie kan vraagfluctuaties dempen door bij hoge vraag naar waterstof over te schakelen op de eigen SMR-installatie. Dit voorkomt investeringen in waterstofopslag.

Op Chemelot afgevangen CO2 kan per schip of pijpleiding naar Rotterdam.

Reageer op dit artikel

Your email address will not be published. Required fields are marked *