90 Miljoen voor Aardgasvrije Wijken

90 Miljoen voor Aardgasvrije Wijken
In Groenoord (Schiedam) is veel hoogbouw en de warmtetransportleiding ligt er al. De aanleg van een warmtenet kan daardoor relatief eenvoudig tegen de laagst maatschappelijke kosten. De woningbouwvereniging onderzoektbper complex welke maatregelen er nodig zijn om goed te isoleren; slimme installaties aan te leggen en wat de kosten daarvan zijn.

90 miljoen is er door het kabinet  vrijgemaakt voor de transitie naar aardgasvrije bestaande wijken. Dat betreft vooral de proeftuinwijken, maar ook overige gemeenten moeten nu al met de voorbereidingen starten.

‘Met het oog daarop is de inzet dat alle gemeenten uiterlijk in 2021 een planning vaststellen in de gemeenteraad voor de transitie van de gebouwde omgeving naar aardgasvrij.’

90 miljoen; de regierol gaat naar gemeenten

Dat staat in de Programmastart van het Interbestuurlijk Programma van BZK. Voor de wijken die voor 2030 van gas los gaan, moet het alternatief natuurlijk eind 2021 al bekend zijn. Gemeenten krijgen daarbij een regierol.

Een van de belangrijkste vragen bij deze transitie is de maatschappelijke component: hoe zorgen we ervoor dat bewoners op een goede manier, op tijd én tegen acceptabele kosten meewerken?

Juist bij de warmtetransitie is de maatschappelijke betrokkenheid van groot belang. De praktische reden hiervoor is dat in de meeste gevallen een groot deel van de maatregelen bij de bewoners thuis – achter de meter – moet worden genomen. Daarbij gaat het in veel gevallen om forse investeringen van duizenden tot vaak tienduizenden euro’s.

Aanbevelingen van HIER

  1. Algemeen:
    Bewoners moeten volwaardig mee kunnen doen in het besluitvormingsproces in de wijk. Dit betekent dat ze moeten kunnen beschikken over voldoende kennis en invloed.
  2. Het is verstandig op tijd te beginnen met het informeren van bewoners. De eerste reden hiervoor is dat dit essentieel is voor het creëren van vertrouwen in het proces. De tweede reden is dat voorkomen moet worden dat bewoners verkeerde investeringsbeslissingen nemen, omdat de gemeente te laat is gestart met de bewonerscommunicatie. Dat geldt bijvoorbeeld voor de aanschaf van een nieuwe HR-ketel of een nieuw fornuis.
  3. Zorg ervoor dat geïnteresseerde bewoners zich goed kunnen informeren over de alternatieven, de benodigde maatregelen in de woning en in de infrastructuur, de kosten van de verschillende alternatieven en de keuze voor een individuele dan wel collectieve oplossing.
  4. Zorg ervoor dat de alternatieven voor aardgas financieel aantrekkelijk worden.

Gemeentelijk niveau

  1. Erken dat de communicatie met de wijk en daadwerkelijke bewonersparticipatie een intensief proces is. Zorg ervoor dat hier voldoende capaciteit voor beschikbaar is. Ga uit van minimaal 2 fte per 1.000 woningen. Zorg voor een vast aanspreekpunt.
  2. Erken dat er nog geen goed besluitvormingsproces is en ga in overleg met bewoners over de randvoorwaarden waaraan een dergelijk proces moet voldoen.
  3. Zorg voor een goede faciliteit, waar bewoners terecht kunnen met de vraag wat de alternatieven zijn voor de eigen woning en de wijk, wat de verwachte kosten hiervan zijn en welke financieringsmogelijkheden er zijn.
  4. Combineer de wijkaanpak met een structureel professioneel lokaal energiebesparingsbeleid

Landelijk niveau

  1. Organiseer de kennisontwikkeling en kennisdeling over bewonersparticipatie bij gemeenten en andere relevante partijen.
  2. Organiseer een landelijke informatiecampagne over de noodzaak te stoppen met aardgas in woningen, de alternatieven, bewonerservaringen en de rol van de gemeente met als kernboodschap dat iedereen aan de beurt komt.
  3. Erken dat de landelijke overheid een coördinerende en faciliterende rol heeft bij het betrekken van bewoners bij de warmtetransitie. Daarbij gaat het om de volgende punten:a. Leg landelijk in het warmterecht vast welke rechten bewoners hebben in wijken die stoppen met aardgas. Het huidige voorstel dat eindgebruikers aanspraak kunnen maken op een toereikende aansluiting op bijvoorbeeld een (verzwaard) elektriciteitsnet of een warmtenet, is te beperkt.

    Als gemeenten daadwerkelijk bewoners vertrouwen willen geven in de transitie naar wonen zonder aardgas, moet in het warmterecht worden vastgelegd dat de gemeenten de plicht heeft om deze gebouweigenaren een redelijk alternatief te bieden. Deze plicht houdt in dat de gebouweigenaar al tijdens het besluitvormingsproces inzicht krijgt in de vraag wat de mogelijke alternatieven concreet betekenen voor de eigen woning, dat er sprake is van een zekere mate van ontzorging bij het nemen van de maatregelen en dat het alternatief ook in financieel opzicht redelijk is.

    b. Faciliteer gemeenten bij de communicatie met bewoners over de warmtetransitie.

  4. Bouw voort op bestaande initiatieven, die draagvlak hebben bij gemeenten

Lokale initiatieven en  hun rol

De energiecoöperaties en andere lokale energie initiatieven zien voor zichzelf een aantal mogelijke rollen:

  1. Ondersteuning bewonersgroepen
  2. Beheer lokale energieloketten
  3. Aanbod energiebesparing
  4. Opzetten van ESCo’s
  5. Ontwikkelen en beheren lokale warmtenetten in warmtecoöperaties, vergelijkbaar met Denemarken en Italië

 Meer informatie

Reageer op dit artikel

Your email address will not be published. Required fields are marked *

 

Meest gelezen

 

Categorieën

 

Alle blogs

 

Recente reacties