100% CO2 neutraal in 2050

In 2050 100% CO2 neutraal?

100% CO2 neutraal in 2050
De Raad concludeert dat de discussie breder moet worden gevoerd dan over specifieke bronnen en sectoren. Om deze redenen is het startpunt van het advies de fundamentele maatschappelijke behoefte waarin energie, ook in 2050, moet voorzien.

Nederland CO2 neutraal

Hoe komen we tot een 100% groene energievoorziening in 2020? Minister Kamp stelde deze vraag aan de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli).

De Rli concludeert in het advies aan de minister,  dat Nederland sinds jaren klimaatbeleid voert, maar dat de CO2-emissies van de energievoorziening niet dalen. Daarom stelt de raad dat een trendbreuk nodig is en alles op alles gezet moet worden om in Nederland in 2050 80 tot 95% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990.

Tegenstellingen

Het is bijzonder lastig te voorspellen welke sociale, technologische, geopolitieke en economisch/financiële ontwikkelingen zich de komende 35 jaar zullen voordoen. Vandaar dat het advies geen specifieke doelen stelt ten aanzien van energiedragers en toegepaste technologie. De raad heeft bovendien geconstateerd dat discussie over energiedragers en technologie tot grote tegenstellingen leidt in het maatschappelijke debat. Deze tegenstellingen staan de realisatie van de transitie naar een duurzame energievoorziening mede in de weg.

2050: 4 energiebehoeften centraal

Het advies introduceert een aanpak die vier energiebehoeften centraal stelt, in plaats van energiebronnen en technologie. Dit biedt de noodzakelijke ruimte voor nieuwe inzichten en oplossingen. De vier energiefunctionaliteiten en de maatschappelijke behoeften die ze vervullen, zijn:

  1. De functie lage temperatuurwarmte voorziet in de warmtevoorzieningen in gebouwen voor verwarming en warm water (voor bijvoorbeeld douchen en voedselbereiding). Kortweg: de functionaliteit lage temperatuurwarmte.
  2. De functie hoge temperatuurwarmte voorziet in warmte voor het maken van producten en in hoge temperatuur proceswarmte. Kortweg: de functionaliteit hoge temperatuurwarmte.
  3. De functie transport en mobiliteit voorziet in energie voor transport en mobiliteit. Kortweg: de functionaliteit transport en mobiliteit.
  4. De functie licht en apparaten voorziet in energie voor verlichting, (elektrische) apparaten en informatie- en communicatietechnologie. Kortweg: de functionaliteit licht en apparaten.

De belangrijkste aanbevelingen

  • De raad stelt voor om de energietransitie te richten op een helder doel, dat onomstotelijk vastligt en op zichzelf geen onderwerp is van discussie.
  • Voor Nederland moet het doel zijn dat de emissie van broeikasgassen in 2050 80% tot 95% lager zal zijn dan in 1990.
  • Voor de Nederlandse energievoorziening betekent dit dat de energetische CO2-emissies in 2050 82% tot 102% lager moeten zijn dan de emissies van de energievoorziening in 1990.
  • De raad adviseert om dit reductiedoel wettelijk vast te leggen. Een wettelijke borging geeft urgentie aan. Ook zorgt wettelijke verankering voor een helder perspectief aan de samenleving en voor zelfbinding voor politiek en bestuur.

Fundamentele maatschappelijke behoefte

De discussie moet breder gevoerd worden dan over specifieke bronnen en sectoren. Om deze redenen is het startpunt van het advies de fundamentele maatschappelijke behoefte waarin energie, ook in 2050, moet voorzien. De raad onderscheidt vier functionaliteiten:

  • lage temperatuurwarmte in gebouwen voor verwarming en warm water
  • hoge temperatuurwarmte voor industriële productie
  • transport en mobiliteit
  • de werking van verlichting en  elektrische apparaten.

CO2-reductie staat voorop

Het doel van CO2-reductie staat voorop, ook al leidt dat in Nederland tot grote economische en maatschappelijke veranderingen, tot (her-) verdelingsvraagstukken of tot grote kosten van verandering.

Omdat de Nederlandse economie in internationaal perspectief relatief energie-intensief is en bovendien grotendeels op fossiele energie gebaseerd, zal de benodigde energietransitie naar een CO2-emissiearme energievoorziening juist in Nederland leiden tot relatief grote veranderingen.

Verplichtingen

  1. Nederland dient een resultaatverplichting aan te gaan voor de reductiemaatregelen op die terreinen waarop Nederland zelfstandig kan handelen en haar internationale concurrentiepositie er geen schade door ondervindt.
  2. Nederland dient een inspanningsverplichting aan te gaan om in de Europese en de internationale politieke arena ons doel van een CO2-emissiearme energievoorziening ook op Europees niveau wettelijke te verankeren.
    Deze inspanningsverplichting houdt in dat Nederland voor internationale sectoren bindende afspraken maakt, liefst op mondiaal niveau of anders op EU-niveau en als dat niet lukt met een kopgroep van Europese landen.
    Een nationale ‘alleingang’ voor internationale sectoren heeft geen zin heeft, omdat bedrijven of bedrijvigheid zich dan verplaatst naar buiten Nederland waardoor de CO2-emissies op globale schaal niet afnemen en het doel dus niet dichterbij komt.

Langjarige resultaatgestuurde innovatieprogramma’s

Dit is een enorme uitdaging die ondersteund moet worden met langjarige resultaatgestuurde innovatieprogramma’s waar meer budget voor moet komen. De transitie kan alleen gerealiseerd worden als de weg naar het te bereiken doel wordt bewaakt door een onafhankelijke persoon of instantie die op afstand staat van de in het geding zijnde belangen.

Open consultatie

Gezien de behoefte aan een strategische en vooral integrale visie op de energievoorziening, organiseerde de Rli een open consultatie waarin partijen en personen breed zijn uitgenodigd hun visie te geven. Voor datzelfde doel werden experts uit de energiesector, kennisinstellingen, planbureaus en universiteiten geraadpleegd en een klankbordgroep met deskundigen uit diverse disciplines reflecteerde op de gedachtevorming van de commissie.

 

    Het model van de 4 maatschappelijke behoeften is herkenbaar, maar onvoldoende uitgewerkt. Hoe groot zijn deze categorieën? En beperken we ons tot Nederland of nemen we ook alle internationale transporten mee? Voorlopig stijgt de energiebehoefte , gedreven door economische ( bedrijvigheid) groei, groei van de bevolking, en groei van de welvaart. Het effect van deze “aanjagers van groei”zou moeten worden bekeken op het effect per “maatschappelijke behoefte. Hetzelfde geldt voor de technologische mogelijkheden en beloften. Pas als dat helder is uitgewerkt zou er zo iets als een realistisch plan voor de komende decennia kunnen komen….

Reageer op dit artikel

Your email address will not be published. Required fields are marked *

 

Meest gelezen

 

Categorieën

 

Alle blogs

 

Recente reacties